Denk jij dat elke pieper een pieper is?

De Aardappel

Als je over eten in Nederland begint, ontkom je niet aan aardappelen. Het is niet voor niets ons nationale basisvoedsel.

De aardappel is in de zestiende eeuw vanuit Zuid-Amerika via de Canarische Eilanden naar Europa gebracht door Spaanse ontdekkingsreizigers. Het is een algemeen geaccepteerd verhaal dat Europeanen aanvankelijk weinig trek in de “duivelse appel” hadden omdat ze de bladeren en bessen van de plant (die giftig zijn) probeerden te eten, maar de knollen weggooiden of aan de varkens voerden. Dat is niet helemaal waar. Al in de zestiende eeuw verbouwden de Spanjaarden de aardappel als voedsel voor de troepen die het wereldrijk, dat het toen nog was, moesten verdedigen. Het oudst bewaarde document waarin over aardappels wordt gesproken is een vrachtnota voor de levering van aardappels van Las Palmas naar Antwerpen in 1567.  De logische redenatie voor die voedselkeuze was dat tegenstanders makkelijker (kostbare) graanschuren plunderden dan eventjes een (goedkoop) aardappelveld rooiden. Het zijn met name de Fransen geweest die alles in het werk stelden om de verspreiding van de aardappel tegen te gaan om hun graanproductie te beschermen. In 1748 werd in Frankrijk de aardappel zelfs officieel bij wet verboden omdat het lepra zou veroorzaken. Een aantal opeenvolgende hongersnoden in Europa als gevolg van de mini-ijstijd die het continent tussen de zestiende en negentiende eeuw teisterde, bracht daarin tenslotte verandering. De grootste pleitbezorger werd koning Frederik de Grote van Pruisen. Hij voerde in 1756 wetten in die boeren verplichtten om aardappels te gaan verbouwen, wat hem de eretitel “Koning Aardappel” opleverde. Tot op de dag van vandaag zijn er altijd een paar aardappelen te vinden op zijn graf. Frederik de Grote was, indirect, ook de aanleiding dat Frankrijk voor de aardappel overstag ging. Tijdens de zevenjarige oorlog tussen Pruisen en Frankrijk werd de Franse legerarts Antoine-Augustin Parmentier krijgsgevangen gemaakt. Tijdens zijn internering kreeg Parmentier uitsluitend aardappelen te eten. Hij kwam tot de ontdekking dat dit “varkensvoer” geen enkele ziekte opleverde. Integendeel. In 1763 keerde hij in blakende gezondheid terug naar Parijs. Hij ontpopte zich als vurig pleitbezorger van de aardappel en bedacht allerlei stunts om het gewas populair te maken. Zo bereidde hij onder andere een diner van twintig gangen met uitsluitend aardappelgerechten voor bekende wetenschappers uit die tijd, zoals de Amerikaanse uitvinder (bliksemafleider) en latere staatsman Benjamin Franklin en Antoine Lavoisier (grondlegger van de moderne scheikunde). Zijn publicaties droegen bij aan het intrekken van het Franse aardappelverbod in 1772 en in 1794 publiceerde hij het eerste kookboek dat geheel geweid was aan de aardappel en dat twintig recepten bevatte. Verschillende aardappelgerechten die zijn naam dragen zijn in Frankrijk gangbare kost, zoals Hachis Parmentier (ovengerecht van aardappelpuree met gehakt) en Pommes Parmentier (in kleine blokjes gesneden aardappelen, geblancheerd en gedroogd, in boter goudbruin gebakken en gegarneerd met gehakte peterselie). Parmentier stierf in 1813. Hij ligt begraven op de beroemde begraafplaats Père Lachaise in Parijs. Zijn graf is makkelijk herkenbaar, want het is omgeven door aardappelplanten.

‘Jij denkt zeker dat elke pieper gewoon een pieper is, hè?”, vroeg een handelsreiziger in pootaardappelen mij tijdens een vliegreis naar Beijing. Als je tien uur in een blikken broodtrommel door de lucht moet zweven is het wel prettig als je naast iemand zit die iets te vertellen heeft. Deze man intrigeerde me, want wat moest je in hemelsnaam in China doen als aardappelverkoper? Dat land leeft immers van rijst. Het bleek dat het Verre Oosten juist het beloofde land was voor iemand als hij. Nederlanders vervullen daar min of meer een vergelijkbare rol als Frederik de Grote en Parmentier in het Europa van de achttiende eeuw. De Chinese overheid is doordrongen van het feit dat aardappelen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de voedselvoorziening van een groeiende bevolking. Aardappelen hebben een grote voedingswaarde, zijn gezond en eenvoudig te telen. Bovendien is de opbrengst per hectare veel hoger dan van rijst en, het belangrijkste van allemaal, aardappelen vereisen minder (zoet) water. Op dit moment eten de Chinezen per hoofd van de bevolking nog maar weinig aardappelen. Maar met bijna 1,4 miljard inwoners treedt de wet van de grote getallen in werking. Met als gevolg dat China nu al met voorsprong de grootste aardappelproducent ter wereld is. Bijna een kwart van alle aardappelen komen uit de Chinese bodem. De kwaliteit is echter slecht en de opbrengst (15 ton per hectare) is mager vergeleken met wat in West-Europa als gemiddelde geldt (47 ton).  Omdat Nederlanders als geen ander de kunst van het vermeerderen beheersen, komt zestig procent van de wereldexport in pootaardappelen uit ons land.

In het lijstje van de grootste aardappeleters ter wereld (gemeten in kilo’s per hoofd van de bevolking) domineren landen uit de vroegere Sovjet Unie en het Oostblok. Alleen Rwanda (op plaats 6) en Groot-Brittannië (op plaats 10) hebben een plekje veroverd tussen onder andere de Baltische staten, Polen, Oekraïne en Rusland. Hierbij moet wel aangetekend worden dat in Oost-Europa heel veel kilo’s aardappelen in distilleerketels tot vloeibaar voedsel gestookt worden. Aardappelen vormen namelijk de voornaamste grondstof voor wodka, een alcoholische drank die in genoemde landen als water gedronken wordt.

Hoe zit het dan met de Nederlanders? Surinamers noemen ons toch niet voor niets bakra (aardappeleter)? En heeft Vincent van Gogh niet dat wereldberoemde schilderij gemaakt, van Hollanders om een tafel die met z’n allen aardappelen zitten te prikken? De Nederlandse consumptie is de afgelopen decennia behoorlijk gedaald. Zestig jaar geleden aten we per persoon nog 130 kilo per jaar. Daarmee zouden we nu op de zesde plaats in de ranglijst staan, pal achter Rusland en Polen (elk 130 kilo per persoon per jaar). Tegenwoordig eten we echter nog maar 81 kilo per persoon, waarvan 28 kilo aan aardappelproducten als patat, chips en aardappelzoutjes die vroeger (bijna) niet bestonden. Dat heeft alles te maken met veranderde eetgewoontes (we snacken veel meer tussendoor), concurrentie van rijst en deegwaren, en de veronderstelling dat aardappelen dik makers zijn (wat niet zo is). Desondanks zijn aardappelen nog steeds volksvoedsel nummer één in Nederland. Opmerkelijk daarbij is dat wij de aardappel niet als groente beschouwen, zoals in de meeste andere landen, maar als maaltijddrager.

columbus

De aardappelplant groeide oorspronkelijk uitsluitend in Zuid-Amerika. De Inca’s van Peru en Chili (en hun voorgangers) verbouwden het gewas al eeuwen voor de komst van de Europeanen. Ze beheersten diverse manieren van bereiden zoals wij die tegenwoordig ook toepassen (koken, roosteren, pureren), maar hun populairste gerecht was chuño, waarbij aardappels eerst enkele nachten blootgesteld werden aan bevriezing, om ze overdag in de zon te laten ontdooien, waardoor de knollen zacht werden. Vervolgens werd het vocht aan de aardappels onttrokken. Het eindproduct werd aan stoofschotels toegevoegd. Het grote voordeel van chuño was dat het jarenlang goed bleef en daardoor bewaard kon worden voor periodes met misoogsten.

parmentier3
chinese aardappels

Grootste producenten

1. China
2. Rusland
3. India
4. Verenigde Staten
5. Oekrain
6. Groot-Brittannië
7. Duitsland
8. Polen
9. Banglades
10. Iran

aardappeleters